Schoolregels

Iedereen wordt geacht de regels te kennen en zich eraan te houden.

1. Je volgt altijd de aanwijzingen van de schoolleiding, de docenten en het OOP op.

2. Waar mag je zijn?
Tijdens de les ben je in het klaslokaal.
Tijdens de pauzes ben je in de kantine of op het schoolplein.
In en om de school maak je geen afspraken met mensen, leerlingen die hier niet op school zitten.
Je zorgt ervoor dat de omgeving schoon blijft en je veroorzaakt geen overlast.
 
3. Fietsenstalling
Je bent in de fietsenstalling om je fiets weg te zetten.
Je zet je fiets/scooter in het aangewezen deel van de fietsenstalling. Zorg dat je fiets/scooter op slot staat.
Op het schoolplein stap je af en loop je met je fiets of brommer naar de stalling.
 
4. Schone school
Je helpt de school of het schoolplein schoonhouden. Je doet dit door het afval in de afvalbakken te doen. Je hebt per toerbeurt met een groepje leerlingen kantinedienst.
Na iedere les help je omhet lokaal netjes achter te laten.
Wie toch zijn afval op de grond gooit, kan na schooltijd een corveetaak krijgen.
 
5. Toiletbezoek
Alleen tijdens de pauze mag je naar het toilet.
Je zorgt ervoor dat je het toilet netjes achterlaat.
Tijdens tussenuren mag je alleen op de begane grond naar het toilet.

6. Op de gang
Je kunt door de docent een korte periode buiten het lokaal gezet worden. Je wordt dan aan een tafeltje aan het werk gezet.

7. Uit de les gestuurd
Je kunt door een docent uit de les verwijderd worden. Je verlaat met je schooltas het lokaal. Je meldt je dan direct bij mevr. Linssen of bij diens afwezigheid bij een van de teamleiders. Je vult het eruit-stuur-briefje in. Aan het eind van de les meld je je met het ingevulde en ondertekende briefje bij de docent. Je praat met elkaar het conflict uit. Eventueel bepaalt de docent een maatregel. Nota bene: Ben je het niet eens met een docent die je uit de les stuurt dan bespreek je dat altijd achteraf en niet in de les. Weiger je het lokaal te verlaten dan volgt er direct een brief naar huis en telefonisch contact met je ouders/verzorgers door je teamleider.

8. Te laat
Als je niet op tijd bent dan meld je je bij de conciërge. De conciërge beoordeelt of je zelf schuld hebt aan het te laat komen. In dat geval meld je je de volgende dag een half uur voor de aanvang van je lessenbij de conciërge.

9. Tussenuren
Als je leerling van klas 1 of 2 bent, blijf je in de kantine of op het schoolplein.
Als je leerling van klas 3 of 4 bent dan mag je van het schoolplein af.

10. Schoolmateriaal
Je zorgt ervoor dat je je schoolspullen in orde hebt.
Om allerlei misverstanden te voorkomen blijf je van andermans spullen af
Als je schade veroorzaakt, dan ben jij (of je ouders) daarvoor aansprakelijk.
Je hebt je schoolpas altijd bij je.
 
11. Jassen
Je legt je jas in je locker of hangt deze aan de kapstok. Je jas is niet in het lokaal.

12.Waardevolle spullen
Je bent zelf verantwoordelijk voor je waardevolle spullen, laat ze thuis of berg ze op in je locker.

13. Petten
Onder lestijd heb je geen pet,muts of capuchon op.

14.Mobiele telefoons, I-POD, MP3, MP4 
en overige geluidsapparatuur
Tijdens de les zijn deze toestellen niet zichtbaar en niet hoorbaar. Bij overtreding wordt het toestel tijdelijk in bewaring genomen. Tijdens de pauze en tussenuren kun je er alleen in de kantine, tussen de klapdeuren, en op het schoolplein gebruik van maken. Je mag geen geluids- of beeldopnames maken.

15. Eten en drinken
Eten en drinken mag alleen in de aula en op het schoolplein.
Energiedrankjes zijn niet toegestaan.
Geen kauwgom in je mond in de klas.

16. Taalgebruik
Grof taalgebruik en een brutale toon is ongewenst. Niet alleen ten opzichte van het personeel, maar ook ten opzichte van medeleerlingen. Op school spreken we Nederlands.

17. Kleding
Je zorgt voor gepaste kleding.

18. Veiligheid
Je draagt bij aan de veiligheid van de school en de veiligheid van anderen. In en rond de school is er cameratoezicht.

19. Roken
Je mag niet roken in de school, binnen of buiten, dus ook niet op het schoolplein. De school is een openbare ruimte en in openbare ruimtes mag niet worden gerookt.

20. Gokken
Je gokt of speelt niet om geld of om andere zaken.

21. Alcohol en drugs
Alcohol, drugs, wapens en vuurwerk mag je niet bij je hebben. Ook mag je niet onder de invloed van alcohol en drugs zijn.

22. Gebruik van de computerlokalen
Leerlingen mogen alleen in een computerlokaal zijn onder begeleiding van een docent.